Bijna twintig jaar lang was de schoonmaakdienst bij het Martini Ziekenhuis via een joint venture uitbesteed, een gezamenlijke onderneming van het Martini Ziekenhuis en dienstverlener Vebego Zorgservice. ‘Schoonmaak is een specialistisch vak, externe partijen kunnen daar in veel gevallen beter invulling aan geven’, vertelt Jos Nijhof, directeur Facilitair Bedrijf bij Martini Ziekenhuis.
Maar volgens Nijhof is de organisatie de schoonmaak de afgelopen jaren steeds meer als onderdeel van het primaire proces van het Martini Ziekenhuis gaan zien. In die vernieuwende visie paste de joint venture niet meer thuis, omdat het Martini Ziekenhuis 'maximaal grip wil hebben op de organisatie en bedrijfsvoering van deze werkzaamheden'.
Schoonmaak fundament van ziekenhuis
Juist tijdens de coronaperiode zag Nijhof en zijn facilitaire team welke kritische functie schoonmaak heeft in de ziekenhuiszorg. Zo belangrijk, dat het niet los kan worden gezien van goede zorg. ‘Of zoals de grondlegger van verpleegkundige zorg Florence Nightingale ooit zei: hygiëne is de kern voor het bestaansrecht van een ziekenhuis.’
Daarom typeert het Martini Ziekenhuis deze dienstverlening als ‘facilitaire zorgverlening’, naast medische en verpleegkundige zorg. ‘Schoonmaak in een ziekenhuis is cruciaal voor patiëntveiligheid, infectiepreventie en herstel. Schoonmaak draagt bij aan bescherming van zowel kwetsbare patiënten als zorgmedewerkers tegen de snelle verspreiding van bacteriën en virussen.’
Schoonmaak ondersteunt het primaire zorgproces, wat essentieel is voor een vertrouwenwekkende en efficiënte omgeving”
Dat gaat verder dan alleen zichtbaar vuil, benadrukt Nijhof. Hij noemt schoonmaak in een ziekenhuis dan ook ‘een specialistisch proces’ dat onder andere steriliteit garandeert in bijvoorbeeld operatiekamers. ‘Schoonmaak ondersteunt het primaire zorgproces, wat essentieel is voor een vertrouwenwekkende en efficiënte omgeving.’
Ook ziet Nijhof in de toekomst zorgtaken ontstaan die steeds vaker kunnen worden uitgevoerd door schoonmaakpersoneel, onder andere vanwege de toenemende schaarste van verplegend zorgpersoneel. ‘Daarmee wordt de schoonmaak nog meer een verlengstuk van de zorg, zodat verpleegkundig personeel wordt ontlast.’

Voorbeelden waarmee daar de afgelopen jaren al invulling aan is gegeven, zijn de personele inzet door medewerkers van de schoonmaak op de Centrale Sterilisatie Afdeling (CSA) en bij het programma 'lopend naar de OK'.
Duurzame keuze
Om te zorgen dat de circa tweehonderd schoonmaakmedewerkers deze werkzaamheden kunnen uitvoeren, was ook een switch naar de zorg-cao wenselijk. ‘Aan zorg gerelateerde taken zijn lastig te definiëren als schoonmaakwerkzaamheden binnen de schoonmaak-cao’, zegt Nijhof. ‘We vonden het daarom geen duurzame keuze om die nog aan te houden. Daarnaast biedt het kansen dat schoonmaakmedewerkers ook kunnen doorgroeien richting zorg-gerelateerde functies.’
De schoonmaak-cao aanhouden vonden we geen duurzame keuze”
De aanbesteding met Vebego was opgezet als een joint venture. Die constructie ging het ziekenhuis met de leverancier aan vanwege een fiscaal voordeel, maar naarmate de tijd vorderde werd dit voordeel minder aantrekkelijk.
‘Achter uitbesteden zit logischerwijs ook een verdienmodel voor de leverancier’, zegt Nijhof. ‘En hoe meer taken wij toedichten aan schoonmaakmedewerkers om de zorg te ontlasten, hoe meer de management fee groeit. Daarnaast ontving Vebego Zorgservice 49 procent van de gegenereerde winst van de joint venture. Dat vinden wij niet langer een wenselijke ontwikkeling.'
Omvangrijk
Intussen is de joint venture bijna opgeheven en is het voltallige personeelsbestand door middel van overgang van onderneming overgegaan in loondienst bij het Martini Ziekenhuis. Een waarschijnlijk zure appel voor Vebego Zorgservice, die na bijna twintig jaar dienstverlening nu afscheid moet nemen. ‘Die afronding wordt heel professioneel door ze verzorgd, daar heb ik alleen maar waardering voor’, zegt Nijhof.

De beslissing om afscheid te nemen ging niet over een nacht ijs; drie jaar geleden sprak het ziekenhuis al de wens uit om schoonmaak in te besteden. De leverancier was dus tijdig op de hoogte en was ook onderdeel van gesprekken om andere scenario’s te verkennen.
‘Het was een omvangrijk project om te doorlopen’, zegt Nijhof. ‘Waarbij het goed was om iedereen actief te betrekken. Uiteindelijk ontstond de richting om toch het construct aan te passen en over te gaan op inbesteding.’
Kostenneutraal
Nijhof ziet de transitie naar inbesteding als een grote winst, vooral voor de schoonmaakmedewerkers. Zij vallen nu namelijk onder de zorg-cao, wat onder meer hogere lonen betekent. ‘Toegegeven, de kloof in lonen tussen de schoonmaak-cao en zorg-cao is afgelopen jaar al fors kleiner geworden,’ zegt Nijhof. ‘Dat was een van de redenen dat we ons deze stap nu ook financieel konden permitteren.’
In die zin sloeg het ziekenhuis twee vliegen in één klap: de managementfee aan Vebego valt weg, terwijl schoonmakers er financieel op vooruitgaan. ‘Onderaan de streep levert ons dat naar verwachting een positief verschil op. Dat is een mooie uitkomst.’
Niet alleen beter betaald, maar ook beter gewaardeerd. Dat is minstens zo belangrijk”
Een andere uitkomst die volgens Nijhof misschien nog wel belangrijker is, is de erkenning die schoonmaakmedewerkers met deze transitie krijgen. ‘Voorheen ontstonden soms pijnlijke situaties. Bijvoorbeeld als de schoonmaak niet welkom was bij een traktatie, omdat ze niet onder hetzelfde bedrijf vallen.’
Nu pronkt het logo van het Martini Ziekenhuis bovenaan het loonstrookje. Een klein verschil, maar een die volgens Nijhof sterk bijdraagt aan het teamgevoel. ‘Ze voelen nu beter dat ze erbij horen en dat straalt ook weer positief af op het ziekenhuis en haar medewerkers’, zegt Nijhof. ‘Dus niet alleen beter betaald, maar ook beter gewaardeerd. Dat is minstens zo belangrijk.’

Relinde van den Berg, manager Hotelservices bij het Martini Ziekenhuis, voegt toe: 'Goed werkgeverschap en de medewerker als ons grootste goed; daar staan we voor. En dat is één van onze belangrijkste drijfveren voor deze transitie: goede zorg voor onze medewerkers.'
En verder
De inbesteding is intern goed ontvangen. Ook Nijhof kijkt trots terug op de transitie, ondanks de nu komende uitdagingen. ‘De specialistische kennis op vlak van aansturing, middelen en innovaties valt nu weg’, zegt hij. ‘We moeten dus actiever de markt op, beurzen bezoeken of externe adviseurs inschakelen. Dat is dan weer een nadeel van inbesteden: het vraagt meer inspanning om de ontwikkelingen op het vakgebied van schoonmaakdienstverlening te volgen.’
Toch is het ziekenhuis niet onbekend met deze werkwijze. Al jaren heeft de organisatie het technisch beheer en onderhoud, in tegenstelling tot veel andere organisaties, in eigen beheer. Net zoals een deel van het aanbod eten en drinken.
‘Patiëntenvoeding doen we zelf’, zegt Nijhof. ‘Dat past bij onze visie, namelijk dat we geloven dat vanuit facilitaire zorg eten bijdraagt een welzijn en herstel. Bijvoorbeeld door snel te kunnen inspelen op voorkeuren en diëten van patiënten.’




